19 december 2014

 

o-antifonen

 

Eerste lezing uit het boek Rechters 13, 2-7+24-25a

In die tijd woonde er in Sora een Daniet die Manoach heette. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had nooit kinderen gekregen. De engel van de Heer verscheen aan die vrouw en zei: “Gij zijt altijd onvruchtbaar geweest en hebt nooit een kind gekregen, maar nu zult gij zwanger worden en een zoon ter wereld brengen. Zorgt dat gij geen wijn of sterke drank drinkt en niets eet dat onrein is. Gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen. Over het hoofd  van de jongen mag geen scheermes gaan, omdat hij vanaf de schoot van zijn moeder aan God is gewijd. De bevrijding van Israël uit de macht van de Filistijnen zal met hem beginnen.” De vrouw ging dit aan haar man vertellen en zei: “Er is een man Gods bij mij geweest; hij zag er buitengewoon indrukwekkend uit, als een engel van God. Ik heb hem niet durven vragen waar hij vandaan kwam, en hij heeft mij zijn naam niet genoemd. Hij zei tegen mij: Gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen. Van nu af moogt gij geen wijn of sterke drank drinken en niets eten dat onrein maakt; want de jongen zal aan God gewijd zijn vanaf de schoot van zijn moeder tot aan zijn dood.” De vrouw bracht een zoon ter wereld en noemde hem Simson. De jongen groeide op en de Heer zegende hem. En de geest des Heren bewoog hem voor het eerst.

 

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 1, 5-25

In de dagen van Herodes, koning van Judea, leefde er een priester Zacharias geheten, die behoorde tot de klasse van Abia. Hij had een vrouw uit de dochters van Aäron en haar naam was Elisabeth. Beiden waren rechtvaardig in Gods ogen en leefden onberispelijk volgens alle geboden en voorschriften van de Heer. Zij hadden geen kinderen, want Elisabeth was onvruchtbaar en beiden waren al op gevorderde leeftijd. Toen Zacharias voor God als priester mocht optreden omdat zijn klasse de beurt had, geschiedde het, dat hij, zoals onder de priesters gebruikelijk was, door het lot werd aangewezen om de tempel des Heren binnen te gaan en het wierookoffer op te dragen. Het gehele volk stond op het uur van het wierookoffer buiten te bidden.
Er verscheen hem een engel des Heren, staande aan de rechterkant van het wierookaltaar. Toen Zacharias hem zag, ontstelde hij en werd door vrees bevangen. Maar de engel sprak tot hem: “Vrees niet Zacharias, want uw bede is verhoord; uw vrouw Elisabeth zal u een zoon schenken, die gij Johannes moet noemen. Ge zult verheugd zijn en het uitjubelen en vele mensen zullen zich over zijn geboorte verblijden. Hij zal groot zijn in de ogen van de Heer; wijn of sterke drank zal hij niet drinken, en nog in de schoot van zijn moeder zal hij met de heilige Geest vervuld worden. Vele zonen van Israël zal hij terugbrengen tot de Heer, hun God. Hij zal voor Hem uitgaan met de geest en de kracht van Elia om de gezindheid van de vaderen te doen terugkeren in de kinderen en de ongehoorzamen te brengen tot de gesteltenis van de rechtvaardigen en zo voor de Heer een welbereid volk te vormen.”
Maar Zacharias zei tot de engel: “Hoe kan ik dat weten? Ik ben oud en ook mijn vrouw is reeds op jaren.” De engel antwoordde hem: “Ik ben Gabriël die voor Gods aangezicht staat, en ik ben gezonden om tot u te spreken en u deze blijde boodschap aan te kondigen. Zie, gij zult zwijgen en niet in staat zijn te spreken tot de dag waarop dat zal gebeuren, omdat ge mijn woorden niet geloofd hebt; deze zullen echter op hun tijd in vervulling gaan.”
Intussen stond het volk op Zacharias te wachten en ze verwonderden zich dat hij zo lang in het heiligdom bleef. Toen hij naar buiten kwam, was hij niet bij machte tot hen te spreken en  zij begrepen, dat hij in het heiligdom een verschijning gezien had. Maar omdat hij stom bleef, kon hij slechts tegen hen gebaren.
Toen de tijd van zijn tempeldienst om was, ging hij naar huis terug en enige tijd later werd zijn vrouw, Elisabeth, zwanger. Zij hield zich vijf maanden lang verborgen en daarna sprak zij: “Dit heeft de Heer voor mij gedaan toen het Hem behaagd had mijn schande bij de mensen weg te nemen.”

 

Overweging

Vrees niet Zacharias, want uw bede is verhoord (Lucas 1,13).

Albert Einstein heeft eens gezegd: “Je kunt leven alsof niets een wonder is, en je kunt ook leven alsof alles een wonder is.” Het lijkt wel of Zacharias op de eerste manier begon en op de tweede eindigde.

In de evangelielezing van vandaag wordt Zacharias geprezen, tezamen met zijn vrouw Elisabet: “Beiden waren rechtvaardig in Gods ogen en leidden een onberispelijk leven, geheel volgens de geboden en voorschriften van de Heer” (Lucas 1,6). Toch spot Zacharias: “Wie? Wij? Wij zijn een oud stel, op het punt om met pensioen te gaan. U maakt een grapje!” Terwijl Elisabet “vervuld werd met de Heilige Geest” en Maria onmiddellijk herkende als de moeder van de Heiland (Lucas 1,41-45), ligt er over Zacharias’ geest, die beheerst wordt door menselijk redeneren, nog een schaduw van ongeloof. Hij staat in een eerbiedwaardige rij van bijbelse “twijfelaars” waaronder de apostelen Tomas en Saulus van Tarsus, en ook Abrahams vrouw Sara, die lachte om haar eigen late moederschap. Maar God schrijft hen niet af vanwege hun gebrek aan geloof. Hij gebruikt hun verhalen voor onze opbouw en tot zijn eigen heerlijkheid!

Ten slotte getuigt Zacharias van het feit dat God niet alleen vergeeft maar ook beloont. In dit geval schenkt Hij inzicht, geloof en een heilig nageslacht. Zacharias’ langdurige stilzwijgen wordt uiteindelijk tot een zegen: hij heeft ruim de gelegenheid om over de Schrift na te denken en zich te bezinnen op de beloften van Gods “heilige profeten uit vroeger tijden” die in vervulling gaan. Zodra hij zijn zoon een naam geeft, wordt Zacharias “vervuld met de Heilige Geest” en door die Geest bewogen verheugt hij zich over “de innige barmhartigheid van onze God” (Lucas 1,78). 

Wat een geruststelling dat de twijfels die wij in het verleden gekend hebben en ons onvermogen om God te vertrouwen niets afdoen aan zijn wens om ons te zegenen! Net zoals God zijn genade over Zacharias heeft uitgestort, zo zal Hij ook ons zijn gunst bewijzen. Onze Vader is in feite voortdurend bezig ons om te vormen tot vertrouwende, gelovige leerlingen – en Hij weet zeker dat we zo ver kunnen komen.

God heeft een heerlijk plan voor u, net als Hij had voor Zacharias en zijn gezin. En meer nog, Hij verlangt ernaar u zijn plan te tonen. Richt daarom in uw gebed vandaag uw ogen op uw hemelse Vader. Stel u voor dat Hij liefdevol en meelevend naar u glimlacht. En beoefen dan het biddende stilzwijgen van Zacharias – niet als een straf maar opdat u in uw hart Gods stem mag horen en zijn liefde voelen.

Gebed

Vader, spreek tot mij nu ik in stilte mijn hart voor U open.

 

Bron: het Woord onder ons,
uitgegeven door Stichting KCV, Helmond