20 december 2014

 

o-antifonen

 

Eerste lezing uit de profeet Jesaja 7, 10-14 

In die dagen sprak Jesaja tot Achaz: “Vraag de Heer, uw God, om een teken, hetzij hoog aan de hemel of diep in de hel.” Maar Achaz antwoordde: “Ik vraag niet om een teken; ik wil de Heer niet op de proef stellen.” En Jesaja sprak: “Luister dan, Huis van David, is het u niet genoeg mensen te ergeren, dat gij ook mijn God tot ergernis wilt zijn? Daarom geeft de Heer u ook ongevraagd een teken: Zie de jonge vrouw zal ontvangen en een zoon ter wereld brengen, en zij zal hem noemen ‘Immanuel’, God-met-ons.”

 

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 1, 26-38

Toen Elisabeth zes maanden zwanger was werd de engel Gabriël van Godswege gezonden naar een stad in Galilea, Nazaret, tot een maagd die verloofd was met een man die Jozef heette, uit het huis van David; de naam van de maagd was Maria. Hij trad bij haar binnen en sprak: “Verheug u, Begenadigde, de Heer is  met u!” Zij schrok van dat woord en vroeg zich af, wat die groet toch wel kon betekenen. Maar de engel zei tot haar: “Vrees niet Maria, want gij hebt genade gevonden bij God. Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen, die gij de naam Jezus moet geven. Hij zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden. God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken en Hij zal in eeuwigheid koning zijn over het huis van Jakob en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen.” Maria echter sprak tot de engel: “Hoe zal dit geschieden, daar ik geen gemeenschap heb met een man?” Hierop gaf de engel haar ten antwoord: “De heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom ook zal wat ter wereld wordt gebracht heilig genoemd worden, Zoon van God. Weet, dat zelfs Elisabeth, uw bloedverwante, in haar ouderdom een zoon heeft ontvangen en, ofschoon zij onvruchtbaar heette, is zij nu in haar zesde maand; want voor God is niets onmogelijk.” Nu zei Maria: “Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord.” En de engel ging van haar heen.

 

Overweging

Maar Achaz antwoordde: “Ik vraag niet om een teken; ik wil de Heer niet op de proef stellen." (Jesaja 7,12)

Ook wij kunnen, net als koning Achaz, besluiten dat het niet gepast is God om een teken te vragen. God heeft de zaken in zijn Woord al zo duidelijk gemaakt, dat het zou lijken op een gebrek aan vertrouwen als we Hem nogmaals om een teken zouden vragen. Of het kan zijn dat we menen dat God vast geen belang stelt in de details van ons dagelijks leven of dat Hij niet genoeg om ons geeft om zich op een persoonlijke manier aan ons te vertonen.

Toch kan een teken van God nu juist datgene zijn wat we nodig hebben om verder te komen op de weg naar een grotere geestelijke volwassenheid. Aan het begin van die weg heeft God er plezier in antwoord te geven op wat bekend staat als ‘het gebed van de zoeker’: “God, als U echt bestaat, wil ik U kennen. Toon Uzelf aan mij op een manier die ik kan herkennen.” Dit is een goede manier om te bidden voor onze geliefden die God momenteel niet accepteren.

Zij die zich al aan de Heer hebben toegewijd, aarzelen vaak bij een tweesprong op hun weg. We kunnen makkelijk kiezen als het erom gaat een keuze te maken tussen iets wat kennelijk goed en iets anders wat vreselijk fout is: het is duidelijk dat ik eerst tot tien moet tellen en niet moet ontploffen tegenover mijn opstandige tiener! Maar vaker hebben we de keuze uit twee goede alternatieven. God vertrouwt ons toe dat we een goede beslissing nemen en Hij belooft dat Hij met ons meegaat op beide wegen. Maar voordat we beslissen willen we graag weten wat Hij denkt dat echt het beste voor ons is. In zo’n situatie kan het goed zijn God om een teken te vragen.

Dat teken kan allerlei vormen aannemen. Soms is het een gesproken woord dat naklinkt in ons hart. Soms is het iets in de natuur, bijvoorbeeld een roos die bloeit wanneer het er niet de tijd voor is. Of we kunnen de Bijbel opslaan en de Geest vragen ons naar een speciale passage te leiden. Iemand die erover denkt van baan te veranderen, kan stuiten op Genesis 12: God die Abraham oproept zijn vaderland te verlaten, of Paulus in 1 Korintiërs 7,26: “Het is voor een mens goed te blijven wat hij is” (Nieuwe Bijbelvertaling).

God werkt niet als een goochelaar. Als u het gevoel hebt dat Hij u in een bepaalde richting leidt, controleer het dan op diverse manieren. Verzeker u ervan dat het overeenstemt met de Schrift en met onze katholieke traditie. Vraag vertrouwde raadslieden om advies. Wacht tot u er vrede mee hebt dat dit Gods woord voor u is. En ga dan vol vertrouwen verder en laat God aan het werk gaan!

Gebed

Vader, ik wil heel graag Uw wil doen.
Maak me duidelijk wat Uw weg is.

 

Bron: het Woord onder ons,
uitgegeven door Stichting KCV, Helmond