22 december 2014

 

o-antifonen

 

Eerste lezing uit het Eerste boek van Samuel 1, 24-28 

In die dagen nam Hanna Samuel mee, met een driejarige stier, een efa meel en een zak wijn. Zij bracht de jongen, zo klein als hij was, naar de tempel van de Heer in Silo. Zij slachtten de stier en brachten de jongen naar Eli. Daarbij zei Hanna: “Met uw verlof, mijn heer, zo waar u leeft, mijn heer, ik ben de vrouw die hier gestaan heeft om tot Jahwe te bidden, in uw tegenwoordigheid. Om deze jongen heb ik gebeden en de Heer heeft mij gegeven wat ik van Hem heb afgesmeekt. Daarom sta ik hem aan de Heer af. Zolang hij leeft, blijft hij de Heer afgestaan.” En zij bogen zich daar voor God de Heer neer.

 

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 1, 46-56

Bij haar bezoek aan Elisabeth sprak Maria: “Mijn hart prijst hoog de Heer,van vreugde juicht mijn geest om God mijn redder: daar Hij welwillend neerzag op de kleinheid zijner dienstmaagd. En zie, van heden af prijst elk geslacht mij zalig omdat Hij die machtig is aan mij zijn wonderwerken deed, en heilig is zijn Naam. Barmhartig is Hij van geslacht tot geslacht voor hen die Hem vrezen. Hij toont de kracht van zijn arm; slaat trotsen van hart uiteen. Heersers ontneemt Hij hun troon, maar Hij verheft de geringen. Die hongeren overlaadt Hij met gaven, en rijken zendt Hij heen met lege handen. Zijn dienaar Israël heeft Hij zich aangetrokken, gedachtig zijn barmhartigheid voor eeuwig jegens Abraham en zijn geslacht, gelijk Hij had gezegd tot onze vaderen.”
Nadat Maria ongeveer drie maanden bij haar gebleven was, keerde zij naar huis terug.

 

Overweging

Mijn hart prijst hoog de Heer(Lucas 1,46).

Wat moet Maria een ontroering gekend hebben als ze dacht aan het nieuwe leven dat in haar groeide! Ze verheugde zich in God haar Heiland en erkende alle heerlijke dingen die Hij voor haar had gedaan – en in de toekomst nog voor haar zou doen. Maria proefde de liefde van God in haar hart, en die liefde stroomde over in een loflied dat ook vandaag de dag nog de kracht heeft ons tot aanbidding te bewegen. 

Sta eens even stil bij het enorme belang van Maria’s ‘ja-woord’ tegen de engel. Hierdoor is onze verlossing – en de verlossing van miljarden anderen – tot stand gekomen. Door het ‘ja-woord’ van deze ene jonge vrouw gingen de sluizen van de hemel open waardoor de hele mensheid Gods liefde kon ontvangen en met zijn barmhartigheid vervuld worden. Hemel en aarde verheugden zich op dat moment, en ze blijven zich verheugen, want nog vandaag oogsten wij de vruchten van haar eenvoudige ‘ja’.

Omdat Maria de historische verhalen van haar volk goed kende, kon ze bevatten dat God alleen maar het goede met hen voorhad. Ze begreep dat Hij zijn heilsplan volvoerde via mannen en vrouwen die Hij speciaal had uitgekozen. Hoe verbaasd ze ook geweest mag zijn dat God haar uitkoos, toch wist ze dat ze Hem helemaal kon vertrouwen. En zo aanvaardde Maria in gelovige overgave, in ootmoed en waarschijnlijk ook met wat zorg over de toekomst Gods wonderbaarlijke plan voor haar.

Maria’s ‘ja’ was van grote betekenis voor de wereld, maar onderschat niet het belang van het ‘ja-woord’ dat u elke dag aan God kunt geven. Net zoals het met Maria gebeurde, kan dit ene simpele woordje voor u de hemel openen. Deze dagen voor Kerstmis bieden ons een speciale gelegenheid om Jezus in ons hart welkom te heten en door zijn aanwezigheid omgevormd te worden tot andere mensen. Maar dit is ook een tijd waarin wij Christus in deze wereld binnen kunnen brengen door het getuigenis van ons leven en door onze gebeden van lof en dank.

Waar wacht u dan nog op? Uw Vader roept. Zeg ‘ja’ tegen Hem en zie wat er dan gebeurt.

Gebed

Jezus, ik wil vandaag ‘ja’ tegen U zeggen. Ik wil mijn hart openen om de kracht van Uw Heilige Geest te ontvangen. Help me te vertrouwen, zoals Maria deed, dat U al Uw beloften aan mij zult waarmaken.

 

Bron: het Woord onder ons,
uitgegeven door Stichting KCV, Helmond