23 december 2014

 

o-antifonen

Eerste lezing uit Maleachi 3, 1-4 + 23-24

Zo spreekt de Heer God: “Ik zend mijn gezant voor Mij uit om voor Mij de weg te banen. En aanstonds treedt dan de Heer zijn heiligdom binnen, de Heer die gij zoekt, de engel van het verbond, naar wie gij verlangend uitziet. Let op, Hij komt, zegt de Heer der legerscharen. Maar wie kan de dag van zijn komst verdragen? Wie zal er staande blijven wanneer Hij verschijnt? Want Hij is als het vuur van de smelter, als het loog van de blekers. Hij zet zich neer om het zilver te smelten en te zuiveren, om de levieten te zuiveren en hen, als goud en zilver, te louteren,zodat zij de Heer weer op de vereiste wijze offergaven kunnen brengen. Dan zal het offer van Juda en Jeruzalem de Heer weer behagen, zoals in het verleden, in de voorbije jaren. Zie, Ik zal u de profeet Elia zenden voordat de grote en verschrikkelijke dag van de Heer komt. Hij zal het hart van de vaders voor de kinderen winnen en het hart van de kinderen voor de vaders; zo niet, dan kom Ik het land met de banvloek slaan.”

 

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 1, 57-66 

Voor Elisabeth brak het ogenblik aan, dat zij moeder werd; zij schonk het leven aan een zoon. Toen de buren en de familie hoorden, hoe groot de barmhartigheid was die de Heer aan haar had betoond, deelden zij in haar vreugde.
Op de achtste dag kwam men het kind besnijden en ze wilden het naar zijn vader Zacharias noemen. Maar zijn moeder zei daarop: “Neen, het moet Johannes heten.” Zij antwoordden haar: “Maar er is in uw familie niemand die zo heet.” Met gebaren vroegen zij toen aan zijn vader, hoe hij het wilde noemen. Deze vroeg een schrijftafeltje en schreef er op: “Johannes zal hij heten.” Ze stonden allen verbaasd. Onmiddellijk daarop werd zijn mond geopend, zijn tong losgemaakt en verkondigde hij Gods lof. Ontzag vervulde alle omwonenden en in heel het bergland van Judea werd al het gebeurde rondverteld. Ieder die het hoorde, dacht er over na en vroeg zich af: “Wat zal er worden van dit kind?”' Want de hand des Heren was met hem.

 

Overweging

Hij vroeg om een schrijftafeltje en schreef daarop: `Zijn naam is Johannes.' (Lucas 1,63)

Stel je voor: Elisabeth staat bij de put en haalt water omhoog. Zacharias is bezig zich aan te kleden. Omdat hij niet kan praten, kan hij niet roepen: “Elisabet, waar is mijn andere sandaal?” Negen maanden lang moest hij alles wat hij wilde zeggen opschrijven of met gebaren aangeven. Als hij tegen zijn vrouw wilde praten – bijvoorbeeld over wat de engel in de tempel gezegd had, of hoe het kind moest heten – moest hij het opschrijven en het haar onder ogen brengen om het te laten lezen.

Zacharias was een vroom man, maar toch maakte hij in het begin een fout. De engel sprak tot hem en zijn geloof was gewoonweg niet sterk genoeg om het te winnen van de twijfel. Het stilzwijgen dat de engel hem daarna oplegde heeft het misschien moeilijker voor hem gemaakt, maar Gods plan leed er niet onder. In feite leerde Zacharias ervan – en Elisabeth leerde met hem mee. Die negen maanden werden een soort retraite voor hen, een tijd van nadenken en inniger gebed. Samen leerden ze Gods wegen kennen. Samen lieten zij zich door de Heer voorbereiden op de volgende stap in hun leven.

Dat is ook de manier waarop God met ons omgaat. Hij verwacht niet dat we volmaakt zijn of altijd alles goed doen. Hij weet dat we fouten zullen maken en Hem soms verkeerd begrijpen of aan Hem twijfelen. Tenslotte zijn zijn wegen even hoog boven de onze verheven als de hemel is boven de aarde (Jesaja 55,9). Het goede nieuws is dat, hoe anders zijn wegen ook zijn, Hij ze ons wil leren. En zelfs als we dingen verkeerd doen, kan Hij de situatie gebruiken om ons tot een dieper geloof te brengen, net zoals Hij deed met Zacharias.

God wil van deze speciale Adventstijd gebruik maken om ons geloof in Hem te verdiepen. Zacharias twijfelde, maar in de volgende negen maanden veranderde zijn leven en werd zijn geloof verdiept. Hij had in eerste instantie dan wel verkeerd gereageerd op de engel, maar later sprak hij met grote blijdschap en overtuigingskracht tot zijn dorpsgenoten. En daarvoor heeft God hem royaal beloond. 

Net als Zacharias zijn wij mensen met weinig geloof. Laten we daarom tegen de Heer zeggen dat we vaster willen geloven. Laten we Hem vragen onze twijfels weg te nemen. 

Gebed

Vader, uw plannen zijn altijd voor ons bestwil. Onderwijs me en geef me een hart om U vandaag zonder angst te volgen. Amen.

 

Bron: het Woord onder ons,
uitgegeven door Stichting KCV, Helmond