24 december 2014

 

Eerste lezing uit het Tweede boek van de profeet Samuel, 7, 1-5+8b-12+14a+16

Toen Koning David zijn intrek had genomen in zijn paleis en de Heer gezorgd had dat al zijn vijanden, in heel de omtrek, hem met rust lieten, zei hij tot de profeet Natan: “Nu moet u eens zien! Zelf woon ik in een paleis van cederhout en de ark van God staat onder tentdoek!” Natan zei tot de koning: “Doe gerust wat u van plan bent; de Heer staat u bij.”
Maar diezelfde nacht nog werd het woord van de Heer gericht tot Natan: “Zeg aan mijn dienaar David: Zo spreekt de Heer: Gij wilt voor Mij een huis bouwen en Mij daarin laten wonen?” Zo spreekt de Heer van de hemelse machten: “Ik heb u uit de steppe gehaald, achter de schapen vandaan, om vorst te zijn over mij volk Israël. Op al uw tochten heb Ik u bijgestaan, al uw vijanden heb Ik vernietigd, uw naam heb Ik groot gemaakt als die van de groten der aarde. Ik heb mijn volk Israël een gebied gegeven en het daar geplant om er te wonen, zonder nog opgeschrikt of verdrukt te worden door booswichten, zoals vroeger, in de tijd dat Ik over Israël, mijn volk, rechters had aangesteld. Ik heb gezorgd dat al uw vijanden u met rust laten. De Heer kondigt u aan dat Hij een huis voor u zal oprichten. Als uw dagen voleind zijn en gij bij uw vaderen rust, zal Ik de nazaat die gij verwekt hoog verheffen en zijn koninklijke macht in stand houden. Ik zal voor hem een vader zijn, en hij Mij een zoon. Zo zullen uw huis en uw koninklijke macht bestendig zijn voor altijd; uw troon staat vast voor eeuwig.”

 

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 1, 67-79

In die dagen werd Zacharias, de vader van Johannes, vervuld met de heilige Geest en hij sprak in profetische woorden: “Geprezen zij de Heer, de God van Israël: want Hij heeft zijn volk bezocht en het verlost. Een reddende kracht heeft Hij ons verwekt, in het huis van David zijn dienaar, zoals Hij van oudsher had voorzegd bij monde van zijn heilige profeten, ons te redden uit de macht van onze vijanden en uit de hand van allen die ons haten. Zo toont Hij zijn barmhartigheid aan onze vaderen en is zijn heilig verbond indachtig de eed die Hij gezworen heeft aan onze vader Abraham, ons te geven om uit de hand van vijanden bevrijd Hem zonder vrees te dienen in vroomheid en gerechtigheid al onze dagen voor zijn aanschijn. En gij, kind, zult profeet genoemd worden van de Allerhoogste, want gij zult voor de Heer uitgaan om zijn wegen te bereiden, om zijn volk de boodschap van verlossing te brengen, door de vergeving van hun zonden, dank zij de innige barmhartigheid van onze God, waarmee Hij uit de hemel op ons zal neerzien, de Opgaande Zon, die verschijnt aan hen die in het duister en de schaduw van de dood gezeten zijn, om onze voeten te richten op de weg van vrede.”

 

Overweging

De Heer kondigt u aan dat Hij een huis voor u zal oprichten(2 Samuël 7,11)

Koning David was dankbaar voor Gods zegen en bescherming. Hij had een prachtige paleis, maar toen hij daarnaar keek bekroop hem een schuldgevoel, want “de ark van God staat onder tentdoek!” Daarop besloot hij ook voor God een huis te bouwen (2 Samuël 7,1-2). Maar: een gebouw optrekken om de grote en eeuwige God in onder te brengen – wat dacht David wel? Hij had het hart op de juiste plaats, maar waar zat zijn verstand? Door de profeet Natan antwoordde God dat Hij een huis voor David zou bouwen, een machtige natie waar God kon wonen als Vader tussen de nakomelingen van David (7,11-12+14).

God is vandaag nog steeds bezig met het bouwen van een huis. Hij wil een huis bouwen in elk van onze harten waar Jezus kan wonen, een schuilplaats waar we veilig zullen zijn voor de stormen van het leven, een vreedzame haven en een plek van wijsheid. In dit huis – beloofde Jezus – zullen we nooit alleen zijn: “Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord ter harte nemen; dan zal mijn Vader hem liefhebben en zullen We bij hem ons verblijf gaan houden” (Johannes 14,23). Verbazingwekkend! God woont in ons. We hoeven Jezus niet te gaan zoeken, omdat Hij – de eeuwige Zoon van God – altijd bij ons is, voor altijd woont in ons hart.

Dit is een dag vol blijde verwachting. De hele schepping wacht in stil verlangen op de dag van de Menswording, waarop het eeuwige Woord een sprong neemt om vanuit de hemel onder ons zijn intrek te nemen (Wijsheid 18,14-15).

Dit is natuurlijk een heel drukke dag waarop we allerlei voorbereidingen moeten treffen, maar toch is het goed er tijd voor in te ruimen om u even op een rustige plaats terug te trekken met de Heer in het “huis van God”, in uw hart. Laat zijn beloften doordringen in uw geest, laat u erdoor verfrissen en hoop geven voor het komende jaar. Laat Hem doorgaan die tempel te bouwen, die woonplaats in uw hart. Luister naar zijn stem wanneer Hij woorden spreekt vol liefde en medeleven en Hij u speciaal op deze kerstavond aanwijzingen geeft. En het belangrijkste: verheug u! God is trouw geweest aan zijn beloften. Hij is waarlijk Immanuel, God-met-ons. Hij zal zijn woonplaats nooit in de steek laten!

Gebed

Heer, ik ben verbaasd dat U in mijn hart wilt wonen! 
Geef dat ik nooit zal vergeten dat U altijd bij me bent,
klaar om te zegenen, te onderwijzen, te leren, te genezen en te leiden.
Hoe heerlijk bent U!

 

Bron: het Woord onder ons,
uitgegeven door Stichting KCV, Helmond