8 december 2014
Onbevlekte Ontvangenis van de H. Maagd Maria

 

Eerste lezing uit Genesis 3, 9-15+20

Toen de mens zich tussen de bomen van de tuin verborgen had riep de Heer God de mens en vroeg hem: Waar zijt gij? Hij antwoordde: Ik hoorde uw donder in de tuin, en toen werd ik bang, omdat ik naakt ben; daarom heb ik mij verborgen. Maar Hij zei: Wie heeft u verteld dat gij naakt zijt? Hebt ge soms gegeten van de boom die Ik u verboden heb? De mens antwoordde: De vrouw die Gij mij als gezellin gegeven hebt, zij heeft mij van die boom gegeven, en toen heb ik gegeten. Daarop vroeg Jahwe God aan de vrouw: Hoe hebt gij dat kunnen doen? De vrouw zei: De slang heeft mij verleid, en toen heb ik gegeten. Jahwe God zei tot de slang: Omdat ge dit gedaan hebt, zij gij vervloekt, onder alle tamme dieren en onder alle wilde beesten! Op uw buik zult ge kruipen en stof zult ge vreten, alle dagen van uw leven! Vijandschap sticht Ik tussen u en de vrouw, tussen uw kroost en het hare. Het zal uw kop bedreigen, en gij zijn hiel! De mens noemde zijn vrouw Eva, want zij is de moeder geworden van alle levenden.

 

Tweede lezing uit Efeziërs 1, 3-6 + 11-12

Broeders en zusters, gezegend is God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in de hemelen in Christus heeft gezegend met elke geestelijke zegen. In Hem heeft Hij ons uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, om heilig en vlekkeloos te zijn voor zijn aangezicht. In liefde heeft Hij ons voorbestemd zijn kinderen te worden door Jezus Christus, naar het welbehagen van zijn wil, tot lof van de heerlijkheid van zijn genade. Hiermee heeft hij ons begiftigd in de Geliefde. In Christus hebben wij ook ons erfdeel ontvangen, daartoe voorbestemd door de beschikking van Hem die alles tot stand brengt naar het besluit van zijn wil, opdat wij verbreiden de lof van zijn heerlijkheid, wij die reeds tevoren onze hoop op de Christus hadden gebouwd.

 

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 1, 26-38

Toen Elisabeth zes maanden zwanger was werd de engel Gabriël van Godswege gezonden naar een stad in Galilea, Nazaret, tot een maagd die verloofd was met een man die Jozef heette, uit het huis van David; de naam van de maagd was Maria. Hij trad bij haar binnen en sprak: “verheug u, Begenadigde, de Heer is met u.” Zij schrok van dat woord en vroeg zich af wat die groet toch wel kon betekenen. Maar de engel zei tot haar: “Vrees niet Maria, want gij hebt genade gevonden bij God. Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen en gij moet Hem de naam Jezus geven. Hij zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden. God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken en Hij zal in eeuwigheid koning zijn over het huis van Jakob en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen.”
Maria sprak echter tot de engel: “Hoe zal dit geschieden daar ik geen man beken?” Hierop gaf de engel haar ten antwoord: “de Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom ook zal wat ter wereld wordt gebracht heilig genoemd worden, Zoon van God. Weet dat zelfs Elisabeth, uw bloedverwante, in haar ouderdom een zoon heeft ontvangen en, ofschoon zij onvruchtbaar heette, is zij nu in haar zesde maand; want voor God is niets onmogelijk.” Nu zei Maria: “Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord.” En de engel ging van haar heen.

 

Overweging

Want voor God is niets onmogelijk. (Lucas 1,37)

Met deze paar woorden bracht de engel de vrees van Maria tot bedaren en overtuigde hij haar dat het goed was Gods plan te aanvaarden. Niets is voor Hem onmogelijk, zelfs niet het idee van een maagdelijke geboorte. Toen Maria deze woorden hoorde durfde ze in te stemmen met de boodschap van de engel, zonder verdere vragen, vrees of bezorgdheid.

Met haar zuivere hart en onbevlekte ziel had Maria geen last van de belemmeringen die ons vaak in de weg staan om “ja” tegen de Heer te zeggen. Wantrouwen, zelfzucht, cynisme, hoogmoed en valse nederigheid – deze en nog veel meer dingen kunnen ons denken vertroebelen en kunnen het ons moeilijk maken ons aan de Heer en zijn plan over te geven.

Weet u waarom voor God niets onmogelijk is? Omdat zijn liefde geen grenzen kent. Ze is zo diep, zo enorm, zo wijds dat er niets is dat haar kan tegenhouden. Liefde was het die Hem ertoe bewoog een vrouw te scheppen die gevrijwaard zou zijn van de erfzonde en het is dezelfde liefde die ons kan reinigen van al onze zonden. Liefde was het die Jezus in staat stelde de geplaagde mensen te bevrijden en de blinden ziende te maken, en het is dezelfde liefde die onze lasten kan verlichten en onze ogen kan openen voor de schoonheid om ons heen. Liefde was het waardoor Jezus bewogen werd de zieken te genezen en de doden op te wekken – en het is dezelfde liefde die gebroken harten kan genezen en die ons kan bevrijden uit onze graven van droefheid, bitterheid of angst. 

God houdt van u. Hij houdt echt van u! Niets is voor Hem onmogelijk. Niets! U denkt misschien dat Hij u onmogelijk evenveel kan liefhebben als Hij Maria liefhad, maar alles is mogelijk. Terwijl u misschien alleen uw zonden en mislukkingen ziet, ziet uw Vader uw hart. Hij weet dat u niet onbevlekt bent, maar Hij weet ook hoezeer u wilt liefhebben en hoezeer u ernaar verlangt bemind te worden. Hij weet hoe graag u goede dingen wilt doen. Hij kent al uw dromen, uw behoeften en uw verwachtingen. Niets is voor Hem onmogelijk – zelfs niet om u de diepste verlangens van uw hart te geven!

Gebed

Heer, ik zeg ‘ja’ tegen U. Het is mijn verlangen dat alles in mijn leven zal gebeuren overeenkomstig Uw wil. Niets is voor U onmogelijk, zelfs niet dat ik gelukkig ben!

 

Bron: het Woord onder ons,
uitgegeven door Stichting KCV, Helmond