Laat uw licht schijnen

Een gewetensonderzoek voor de Advent

Advent is een tijd om je naar binnen te keren, je ogen te sluiten en je te bezinnen. Maar het is ook een tijd om juist je ogen open te houden en te kijken, en dan met name te kijken naar onze voorouders in het geloof, die ook zelf hun ogen open hielden en uitzagen naar de komst van de Heer. Sommigen, zoals de oudtestamentische profeten, speurden de horizon af naar tekenen van de Messias die Gods grootheid zou openbaren. Anderen beschikten over de geestelijke visie om die Messias te herkennen en te aanvaarden toen Hij als een kwetsbaar kind op aarde kwam en in een voederbak gelegd werd.

Tijdens Jezus’ leven vingen de mensen om Hem heen ook zo af en toe een glimp op van zijn grootheid. Voor sommigen — zoals de herders en later de apostelen die Jezus’ gedaanteverandering zagen — gebeurde dit op een heel aangrijpende manier. Maar de meeste mensen in die tijd zagen Jezus’ grootheid in alledaagse ogenblikken en ontmoetingen. Neem bijvoorbeeld Elisabeth die zijn aanwezigheid herkende in Maria; of Simeon en Anna, die Hem opmerkten onder de vele baby’s die naar de tempel werden gebracht; of Nikodemus en de vrouw bij de bron.

“Kom maar mee, dan zul je het zien”, zei Jezus tegen Andreas bij een van die alledaagse ontmoetingen (Johannes 1,39). En nu breidt Hij die uitnodiging uit tot ieder van ons. Hoe moeten wij reageren? Een van de beste manieren is door het Sacrament van Verzoening. Want als we onze zonden belijden staan we de heilige Geest toe de sluiers voor onze ogen te verwijderen en ons de grootheid van de Heer te laten zien.

Het volgende gewetensonderzoek is bedoeld als hulp bij de voorbereiding op het Sacrament. Neem de tijd om deze vragen te beantwoorden. Laat u door de zachte stem van de Geest woorden van hoop en barmhartigheid influisteren. Geloof dat Jezus niet is gekomen om te veroordelen maar om te vergeven. Laat u dus door Hem schoonwassen. Dan zult ook u kunnen zeggen: “Wij hebben zijn grootheid gezien” (Johannes 1,14).

“Mijn hart zegt u na: ‘Zoek mijn nabijheid!’ Uw nabijheid, HEER, wil ik zoeken.” (Psalm 27,8)

Neemt God de eerste plaats in mijn leven in, of ben ik een slaaf geworden van iets of iemand anders?

Heb ik op zon- en feestdagen voorrang aan God gegeven door naar de kerk te gaan en extra mijn best te doen om Hem te zoeken?

Ben ik zuinig op mijn tijd van gebed en Schriftlezing zodat ik mezelf elke dag kan openstellen voor Gods liefde en leiding?

 

“Ik heb hen laten delen in de grootheid die U Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn zoals Wij. .... Dan zullen zij volkomen één zijn en zal de wereld begrijpen dat U Mij hebt gezonden.” (Johannes 17,22-23)

Heb ik gestreefd naar eenheid in mijn relaties met anderen, of heb ik de eenheid ondergraven door mijn woorden, ideeën en daden? 

Heb ik gelogen of geroddeld over andere mensen zodat hun reputatie is geschaad?

Betoon ik eerbied en respect aan mijn ouders en elk wettig gezag? 

Is er iemand die ik moet vergeven? Is er iemand aan wie ik vergeving moet vragen?

Behandel ik mijn lichaam respectvol, of heb ik ertegen gezondigd door opzettelijk misbruik te maken van drugs, alcohol of voedsel?

Volg ik Jezus’ lessen op het gebied van de seksuele moraal? Geef ik toe aan wellustige gedachten en seksuele fantasieën? Heb ik zonden van onreinheid begaan?

 

“Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel. ” (Matteüs 5,16)

Hoe heb ik mijn medeleven en zorg laten blijken voor arme, minderbedeelde, zieke en lijdende mensen?

Draag ik bij aan de eerbied voor het leven?

Heb ik me verzet tegen de oproepen van de Geest om de waarheid te spreken of het evangelie te verbreiden uit angst voor wat anderen van me zullen denken?

Welke andere terreinen van mijn leven wil de heilige Geest reinigen zodat ik kan worden veranderd in het beeld van Jezus en “meer en meer door de Geest van de Heer naar de luister van dat beeld kan worden veranderd” (2 Korintiërs 3,18)?