4 december 2014

 

Eerste lezing uit de profeet Jesaja 26,1-6  

Op die dag zal dit lied gezongen worden in het land van Juda: Een sterke stad is de onze, de bescherming van de Heer dient haar tot muur en wal. Opent de poorten en laat binnentrekken de rechtvaardige natie die Hem trouw gebleven is. Die standvastig zijn van hart omringt Gij met uw vrede, want op U hebben zij hun vertrouwen gesteld. Vertrouw op de Heer voor immer en altijd, want de Heer is een rots die de eeuwen trotseert. Hij vernedert die in de hoogte wonen. Hooggelegen vestingen haalt Hij naar beneden; Hij laat ze neerstorten in de diepte, Hij laat ze vallen in het stof. Ze worden door voeten vertrapt, de voeten van armen, de voeten van de zwakken. 

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 7,21+24-27

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: "Niet ieder die tot Mij zegt: Heer, Heer! zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar hij die de wil doet van mijn Vader die in de hemel is. leder nu die deze woorden van Mij hoort en ernaar handelt, kan men vergelijken met een verstandig man die zijn huis op rotsgrond bouwde. De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag, de storm stak op en zij stortten zich op dat huis, maar het viel niet in, want het stond gegrondvest op de rots. Maar ieder die deze woorden van Mij hoort doch er niet naar handelt, kan men vergelijken met een dwaas die zijn huis bouwde op het zand. De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag, de storm stak op en zij beukten dat huis, zodat het volledig verwoest werd." 

 

Overweging

Niet ieder die Heer! Heer! tegen Mij zegt, zal het koninkrijk der hemelen binnengaan.(Matteüs 7,21)

We kennen allemaal wel het gezegde “woorden zijn goedkoop”. En zo weten we ook allemaal dat niet iedereen die zegt: “Jezus is Heer” die uitspraak staaft met zijn of haar levenswijze. Feitelijk is niemand van ons in staat deze waarheid elke dag en op ieder moment waar te maken.

Mogen we dan wel hopen dat we Jezus’ koninkrijk binnen zullen gaan als onze woorden niet genoeg zijn? Zeker weten! We moeten bedenken dat Jezus ons vele hulpmiddelen gegeven heeft om ons geestelijk huis op een stevig fundament te bouwen – middelen die ons in staat stellen de woorden waar te maken die we in de geloofsbelijdenis uitspreken.

Allereerst heeft Hij ons de sacramenten van doop en vormsel gegeven, die ons reinigen van de erfzonde en ons vervullen van de gaven van de Geest. Ten tweede heeft Hij ons de Schrift gegeven en de leer van de kerk, die als het ware de bouwtekeningen zijn van ons geestelijk huis. Verder hebben we het geschenk van de Eucharistie, Jezus’ eigen Lichaam en Bloed, om ons te vullen met zijn leven en ons hart te versterken voor de roeping die God voor ons heeft.

Met al deze gaven zou je menen dat het bouwen van ons huis op de vaste rots van Jezus’ woord gemakkelijk zou zijn. Maar we weten dat dit niet altijd waar is. Bekoringen liggen steeds op de loer en soms geven we eraan toe. Als dat gebeurt dan kan ons geestelijk huis verzwakt of zelfs in verval raken. Als het te vaak gebeurt dan lopen we het risico dat ons huis helemaal instort.

Wat goed is het dus dat Jezus ons ook het Sacrament van Verzoening heeft gegeven, dat kan helpen onze geestelijke fundamenten te herstellen. Het Sacrament van Verzoening kan een wonderbaarlijk bevrijdende ervaring zijn! Terwijl je je zonden aan de voet van het kruis legt, kun je je verfrist en vernieuwd voelen. Nadat je woorden van vergeving en troost hebt gehoord van je biechtvader, kun je de kracht en de moed vinden je leven opnieuw te gaan bouwen op het stevigste en meest betrouwbare fundament dat er bestaat, Jezus zelf. Probeer dus vóór Kerstmis het Sacrament te ontvangen, en zie wat God daardoor in je hart bewerkt.

Gebed

Jezus, geef me de moed een goede biecht af te leggen deze Advent. Ik wil mijn geestelijk huis niet bouwen op het drijfzand van de lege beloften van deze wereld. Ik wil bouwen op mijn ware rots en mijn ware Heer. Amen.

 

Bron: het Woord onder ons,
uitgegeven door Stichting KCV, Helmond