5 december 2014

 

Eerste lezing uit de profeet Jesaja 29, 17-24

Zo spreekt de Heer: "Zie, nog een korte tijd, en de Libanon verandert in een boomgaard, en die boomgaard wordt met een woud gelijkgesteld. Op die dag horen de doven wat uit een boek wordt voorgelezen, en zien de blinden, want hun ogen zijn bevrijd van duisternis en donker. De armen vinden hun vreugde weer in Jahwe, de misdeelden in het land juichen om de Heilige van Israel. Dan is het gedaan met de verdrukkers, dan is het uit met de opscheppers; allen die zinnen op kwaad, worden uitgeroeid: zij die door hun getuigenis anderen helpen veroordelen, die de rechters in de poort proberen te strikken, die onschuldigen door bedrog hun recht onthouden. Daarom zegt Jahwe, de God van Jakobs huis, Hij die Abraham heeft verlost: Nu zal Jakob niet meer beschaamd worden, zijn aangezicht zal niet meer verbleken. Als hij met zijn kinderen ziet wat Ik doe in hun midden, zullen zij de heiligheid van mijn naam erkennen. Zij zullen de heiligheid van Jakobs Heilige erkennen, ontzag hebben voor de God van Israel. Zij die verward zijn komen tot inzicht, de misnoegden laten zich onderrichten."

 

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 9, 27-31

In die tijd waren er twee blinden die Jezus volgden en luid riepen: “Heb medelijden met ons Zoon van David.” Toen Hij thuis gekomen was, kwamen de blinden naar Hem toe. Jezus sprak tot hen: “Gelooft gij dat ik de macht bezit om dit te doen?” Zij antwoordden: “Zeker, Heer.” Daarop raakte Hij hun ogen aan en zeide: “U geschiede naar uw geloof.” En hun ogen gingen open. Jezus vermaande hen op strenge toon: “Zorgt dat niemand dit te weten komt.” Maar eenmaal buiten verbreidden ze zijn faam in heel die streek.

 

Overweging

Op die dag horen de doven de woorden die uit een boek worden voorgelezen, en zien de blinden, want hun ogen zijn bevrijd van duisternis en donker. (Jesaja 29,18)

In zijn dichterlijke beschrijving van de heerlijke toekomst die Israël te wachten staat, kondigt de profeet Jesaja aan dat de “onderdrukkers” dan verdwenen zullen zijn en dat het gedaan zal zijn met de “opscheppers”. Hij vervolgt met de woorden dat Jakob niet meer beschaamd zal worden (Jesaja 29,20+22). Wat een gevoel van hoop moet dit het volk van Jeruzalem gegeven hebben!

Maar wie zijn die onderdrukkers en opscheppers? Daarmee wordt op niemand anders gedoeld dan op de duivel. De Hebreeuwse naam Satan betekent tegenstander of aanklager, zoals in “de aanklager van onze broeders” (Apokalyps 12,10). Dat is de vijand die ons gebonden wil houden in schuld en schaamte. Hij is de aanklager die wil verhinderen dat wij de vrijheid aannemen die Jezus ons is komen brengen.

Het goede nieuws is dat de toekomst die Jesaja zag, er nu al is. Door ons te verzoenen met God heeft Jezus de duivel verslagen. De Katechismus van de Katholieke Kerk leert: “Het Woord is vlees geworden om ons te redden door ons met God te verzoenen: ‘God heeft ons liefgehad en Hij heeft zijn Zoon gezonden om door het offer van zijn leven onze zonden uit te wissen’ "(1 Johannes 4,10) (KKK 457). Verderop citeert de Katechismus de H. Ambrosius in dezelfde geest: “De Heer, die uw zonde heeft weggenomen en uw fouten vergeven heeft, is ook bij machte om u te beschermen en te behoeden voor de hinderlagen van de duivel, die uw tegenstander is. . . . Wie zich toevertrouwt aan God, vreest de duivel niet.” (KKK 2852).

In zijn liefde heeft God aan ons gedacht. In zijn barmhartigheid heeft Hij ons verlost. We zijn veilig als we op Jezus vertrouwen en onze ogen op Hem gericht houden: “Onderwerp u dus aan God. Bied weerstand aan de duivel en hij zal voor u vluchten” (Jakobus 4,7). Satan weet dat het enige middel dat hem rest zijn stem is waarmee hij probeert ons van God af te keren. Hij weet dat zijn dagen geteld zijn. We hoeven niet onder zijn aanklachten te leven! We hoeven niet te leven met de schuld en schaamte van onze voorbije zonden. Zoals Jesaja schreef, hebben we geen reden om beschaamd te zijn. En waar geen schaamte is daar ligt de weg naar God wijd open.

Gebed

Dank U, Jezus, dat U mijn verlossing hebt bewerkt! Dank U dat U mijn zonden vergeeft en de schuld en schaamte wegdoet die zo zwaar op mij woog! Amen.

 

Bron: het Woord onder ons,
uitgegeven door Stichting KCV, Helmond