3 december 2014

 

Eerste lezing uit de profeet Jesaja 25, 6-10a

In die dagen zal de Heer der hemelse machten voor alle volkeren op deze berg een gastmaal aanrichten; een gastmaal van vette spijzen, een gastmaal van belegen wijnen: vette spijzen met merg bereid, belegen wijnen zuiver als kristal. Op deze berg zal Hij de sluier verscheuren die ligt over alle volkeren en de doek die uitgespreid ligt over alle naties. De Heer zal voor immer de dood vernietigen; Hij zal de tranen van alle gezichten afwassen, en de schande van zijn volk wegnemen van heel het aardoppervlak. Want zo heeft de Heer besloten. Op die dag zal men zeggen: Dat is onze God op wie wij hoopten, Hij heeft ons gered; dit is de Heer op wie wij ons vertrouwen hadden gesteld: laat ons jubelen en ons verheugen in de redding die Hij ons bracht. 

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens MatteŁs 15, 29-37

In die tijd kwam Jezus eens langs het meer van Galilea. Hij ging de berg op en zette zich daar neer.Talrijke mensen stroomden naar Hem toe, die lammen, gebrekkigen, blinden, stommen en vele anderen met zich mee voerden om ze aan zijn voeten neer te leggen. Hij genas hen, tot verbazing van het volk dat zag hoe stommen spraken en gebrekkigen gezond werden, lammen liepen en blinden konden zien. En zij verheerlijkten de God van IsraŽl. Jezus riep zijn leerlingen bij zich en sprak: "ik heb medelijden met al deze mensen, omdat ze al drie dagen lang bij Mij blijven zodat ze nu zonder voedsel zijn; maar Ik wil hen niet laten gaan zonder dat zij eerst gegeten hebben, omdat Ik vrees dat zij anders onderweg zullen bezwijken." De leerlingen merkten echter op: "Waar halen wij op een zo eenzame plaats genoeg brood vandaan om al dat volk te verzadigen?" Jezus vroeg hun: "Hoeveel broden hebt ge dan?" "Zeven - antwoordden zij - en wat visjes." Nadat Hij het volk gelast had op de grond te gaan zitten nam Hij de zeven broden en de vissen welke Hij na het spreken van het dankgebed brak, en ze aan de leerlingen gaf, die ze weer aan het volk gaven. Allen aten tot ze verzadigd waren en aan overgebleven brokken haalde men nog zeven volle manden op.

 

Overweging

Wat een mooi gezicht moet het zijn geweest toen Jezus de handen oplegde bij deze verlamde, blinde en stomme mensen, en ze allemaal genas! We kunnen ons niet voorstellen hoe blij ze waren toen hun leven in een ommezien veranderde. En daarna gaat Hij verder en voedt hen allemaal met maar zeven broden en een paar vissen. Geen wonder dat zoveel mensen Jezus wilden zien ó er gebeurden immers verbazingwekkende dingen als Hij in de buurt was!

En zulke verbazingwekkende dingen kunnen ook vandaag nog gebeuren. En wel omdat Jezus, die gezeten is op zijn troon in de hemelse heerlijkheid, op ieder moment ook aanwezig is in de geconsacreerde hosties in talloze kerken over de hele wereld. Elke dag komt Hij tot ons, bereid om te genezen, te troosten, te vergeven, te voeden en kracht te geven en te verlichten. 

Soms kunnen we het bijna niet geloven, maar Jezus vertoont zich niet bij de Eucharistie om alleen maar aanwezig te zijn! Hij komt om zijn plan een stap dichter bij de vervulling te brengen, zijn plan voor de hele wereld en zijn plan voor ieder van ons. Als we Hem bij de communie ontvangen, ontvangen we Dezelfde die tweeduizend jaar geleden in Galilea de zieken genas, de zondaars vergaf en de doden opwekte. Wij ontvangen Dezelfde die op Golgota onze verlossing bewerkte en die zijn heilige Geest over ons uitstortte toen we werden gedoopt. Het is toch onmogelijk dat we niet veranderd worden als we in geloof tot Hem komen?

De menigte die op Jezus afkwam, vertrouwde op zijn kracht en goedheid, en Hij stelde hen niet teleur. Kunt u proberen evenzeer op Hem te vertrouwen als zij? Kunt u hetzelfde geloof hebben als zij? Natuurlijk kunt u dat! Wij verschillen niet van onze voorouders in het geloof, en Jezus is zeker niet anders in zijn verlangen om in ons leven te werken! Wees daarom vol verwachting, de volgende keer wanneer u aan de Eucharistie deelneemt. Bedenk dat u Jezus gaat ontmoeten en dat Hij ernaar verlangt in uw leven te werken. Open uw hart voor alles wat Hij voor u wil doen. Het zou wel eens een wonder kunnen zijn!

Gebed

Heer, wat geeft U bij elke Eucharistie een royaal cadeau! Dank U dat U Uzelf aan ons geeft. Leer me door uw Geest met veel hoop en vertrouwen tot U te komen! Amen.

 

Bron: het Woord onder ons,
uitgegeven door Stichting KCV, Helmond