12 december 2014

 

Eerste lezing uit de profeet Jesaja 48, 17-19 

Zo spreekt de Heer, uw verlosser, Israëls Heilige: “Ik ben de Heer, uw God, die u voor uw bestwil wil leren, en u voeren over de weg die gij moet gaan! Als gij acht gegeven had op mijn geboden zou de voorspoed u reeds nu omspoeld hebben als een bergstroom, en zou uw welvaart zo uitgestrekt geweest zijn als de zee met zijn golven. Uw nageslacht zou talrijk geweest zijn als de zandkorrels, uw nakomelingen als het stof: hun naam zou bij Mij nooit uitgeveegd zijn, nooit uitgewist!”

 

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 11, 16-19

In die tijd sprak Jezus tot de menigte: “Waarmee zal ik dit geslacht vergelijken? Het gelijkt op kinderen die op het marktplein zitten en de andere partij toeroepen: Wij hebben voor jullie op de fluit gespeeld en jullie hebt niet gedanst; wij hebben een treurlied gezongen en jullie hebt niet op je borst geklopt. Immers: Johannes komt, hij eet niet en drinkt niet, en ze zeggen: Hij is van de duivel bezeten! De Mensenzoon komt, Hij eet en drinkt wel, en ze zeggen: Kijk die gulzigaard en wijndrinker, die vriend van tollenaars en zondaars! Maar de wijsheid vindt haar rechtvaardiging in haar werken.”

 

Overweging

Waarmee zal Ik deze generatie vergelijken? (Matteüs 11,16)

Jezus had het vaak aan de stok met de Schriftgeleerden en farizeeën. Er waren er enkele die met een open hart naar Hem kwamen luisteren, maar de meesten van hen waren er constant op uit om het Jezus moeilijk te maken. Bijna elke gelegenheid grepen ze aan om met Hem in de clinch te gaan en constant beraamden ze plannen om zijn reputatie te schaden en Hem vast te zetten op theologisch vlak.

Wat was hun probleem? Je zou het een geestelijke tunnelvisie kunnen noemen. Ze hielden vreselijk veel van de Schriften, maar toen Jezus beweerde dat Hij degene was naar wie de Schrift verwees, konden ze dat niet accepteren. Ze zaten zo vast aan hun opvattingen en verwachtingen dat zelfs de wonderen die Jezus deed hen niet op andere gedachten konden brengen. Ze grepen elk excuus aan om maar van Hem af te komen: Hij was bezeten door een boze geest; Hij bemoeide zich te veel met prostituees en dronkaards; Hij hield zich niet aan de Sabbat.

Maar deze Joodse oudsten zijn niet de enigen met oogkleppen op. Tijdens onze geestelijke reis komen we allemaal zo af en toe voor de uitdaging te staan dat we onze verwachtingen moeten bijstellen en gebieden in ons leven onder ogen moeten zien die in strijd zijn met Gods Woord. We moeten allemaal het feit accepteren dat God niet altijd spreekt of handelt op de manier zoals wij dat gedacht hadden. En zo moet het ook zijn. Jezus heeft beloofd dat Hij alle dingen nieuw zou maken – en daar horen ook ons denken, ons hart en onze gedragspatronen bij (Apokalyps 21,3).

Neem dus vandaag wat tijd om rustig na te denken. Bied de Heer de gelegenheid u meer begrip bij te brengen voor wie Hij is. En geef Hem de kans uw ogen te openen voor de manier waarop Hij u ziet, nu en in de toekomst. Misschien wil Hij u laten zien dat u zich op bepaalde terreinen tegen Hem verzet. Laat Hij u tonen of u wellicht een verkeerd beeld hebt van Hem of van zijn roeping.

Het is goed om te weten dat wij in veel opzichten minder lijken op deze Schriftgeleerden en Farizeeën en meer op de apostelen van Jezus. Wij geloven immers al in Jezus. We houden al van Hem en willen Hem behagen. Mogelijk zijn er nog delen van ons hart die zich tegen Hem verzetten, maar dat was ook het geval met zijn volgelingen. En net als zij: hoe meer we Jezus en zijn wegen leren kennen, hoe meer we op Hem zullen gaan lijken. Deze Advent kan echt een tijd van genade en verandering worden voor ons allemaal!

Gebed

Heer, help me er meer gevoelig voor te worden wanneer U tot me spreekt. Dank U dat U alle dingen nieuw maakt, zelfs mij. Amen.

 

Bron: het Woord onder ons,
uitgegeven door Stichting KCV, Helmond