16 december 2014

 

Eerste lezing uit de profeet Sefanja 3, 1-2 + 9-13

Wee de weerspannige, bezoedelde, gewelddadige stad! Zij luistert naar geen vermaning, zij wil van geen onderrichting weten, zij vertrouwt niet op de Heer en nadert niet tot haar God. Ik zal aan de volken andere, reine lippen geven. Dan zullen zij allen de naam van de Heer aanroepen en eensgezind Hem dienen. Van over de rivieren van Ethiopië, waarheen zij verstrooid zijn, brengen zij Mij hun offers, degenen die Mij aanbidden. Dan wordt onder u geen misdaad tegen Mij meer begaan waarover gij u hebt te schamen, want Ik verwijder dan uit uw midden de hoogmoedige pronkers; op Mijn heilige berg zult gij u niet langer misdragen. Ik laat bij u alleen nog over een nederig, bescheiden volk, dat zijn toevlucht vindt bij de naam van de Heer: de rest van Israël. Zij bedrijven geen onrecht meer, zij vertellen niet langer leugens en in hun mond is geen arglistige tong meer te vinden. Zij zullen weiden en rustig neerliggen zonder dat hen nog iemand opschrikt.

 

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 21, 28-32

In die tijd zei Jezus tot de hogepriesters en de oudsten van het volk: "Wat denkt ge van het volgende? Een man had twee zonen. Hij ging naar de eerste toe en zei: 'Mijn zoon, ga vandaag werken in mijn wijngaard.' 'Goed Vader', antwoordde deze, maar hij deed het niet. Toen ging hij naar de tweede en zei hetzelfde. Deze antwoordde: 'Neen, ik wil niet'; maar later kreeg hij spijt en ging toch. Wie van de twee heeft nu de wil van de Vader gedaan?" Ze zeiden: "De laatste." Toen zei Jezus hun: "Voorwaar, Ik zeg u: de tollenaars en ontuchtige vrouwen gaan eerder dan gij het rijk Gods binnen. Johannes kwam tot u en beoefende de gerechtigheid; toch hebt gij hem geen geloof geschonken, terwijl de tollenaars en de ontuchtige vrouwen hem wel geloof geschonken. Maar zelfs nadat ge dit had gezien, zijt ge toch niet tot inkeer gekomen en hebt ge hem geen geloof geschonken." 

 

Overweging

… tollenaars en hoeren gaan u voor naar het koninkrijk van God (Matteüs 21,31)

Er is een oud gezegde dat u misschien wel eens gehoord hebt: “Help uzelf, zo helpt u God”. De opperpriesters waren eropuit om God te behagen. Ze bestudeerden de wet en koesterden de gewijde geschiedenis van hun volk. Te doen wat goed was in Gods ogen kwam voor hen op de allereerste plaats. En ze zagen heel graag dat het volk al het mogelijke deed om “zichzelf te helpen” Gods koninkrijk binnen te gaan. Hoe kwam Jezus er dan bij om te zeggen dat zelfs publieke “zondaars” eerder het koninkrijk binnen zouden gaan dan zij?

Het enthousiasme van deze leiders om het goede te doen was omgeslagen in een soort van vertrouwen op hun eigen inspanningen. Ze pakten het niet dat Jezus hen opriep boven hun beperkte verwachtingen uit te stijgen. Jezus deed hun het aanbod dat ze God konden behagen door nederig te zijn en zich open te stellen voor Hem en zijn beloften. Dat werkte al zo bij “die zondaars”. Maar zelfs het getuigenis van hun veranderde levens kon de leiders er niet toe brengen Jezus te volgen. Deze oudsten waren vastbesloten zich te houden aan hun doe-het-zelf aanpak.

Als we proberen onszelf te veranderen enkel door eigen inspanningen dan lopen we de kans dat we het voor onszelf te moeilijk maken. Als we te sterk de nadruk leggen op onze eigen daden dan wordt het moeilijk om Gods genade te ontvangen als een gunst die ons om niet gegeven wordt. 

Natuurlijk moeten we ons eigen aandeel leveren. We moeten de geboden naleven en anderen behandelen zoals we zelf behandeld willen worden. Maar God wil dat we leren gehoorzamen vanuit een houding van overgave. Hij wil dat we ons aan Hem leren overgeven, dat we ons door zijn genade laten vullen en versterken. Wanneer we leren ons op deze manier open te stellen voor zijn Geest dan zullen we merken dat we veranderd en geheiligd zijn.

Luister daarom vandaag naar Jezus’ oproep. Laat u door God veranderen en heiligen zodat u zijn liefde beter kunt beantwoorden. Geef Hem uw verlangen om Hem te behagen en sta toe dat Hij het vermenigvuldigt met zijn eigen goddelijke genade, indachtig de waarheid die luidt: de Heer helpt hen die erkennen dat ze Hem nodig hebben!

Gebed

Heer, ik wil uw oproep horen. U alleen kunt mijn leven zo veranderen dat het meer op U lijkt. Dank U dat U mij tot uw kind maakt. Amen.

 

Bron: het Woord onder ons,
uitgegeven door Stichting KCV, Helmond