14 december 2014
3e zondag van de Advent

zondag Gaudete (verheugt u)

Eerste lezing uit de profeet Jesaja 61, 1-2a+10-11

De geest van de Heer God rust op Mij; Hij heeft Mij gezalfd om aan de armen de blijde boodschap te brengen. Hij heeft Mij gezonden om te genezen allen wier hart gebroken is, om de gevangenen vrijlating te melden, aan wie opgesloten is zijn vrijheid; om aan te kondigen het genadejaar van de Heer. Ik wil jubelen en juichen in de Heer, mijn ziel wil zich verheugen in mijn God, want Hij heeft Mij bekleed met het kleed des heils en Mij de mantel der gerechtigheid omgehangen, als een bruidegom die zich het hoofd feestelijk omhult of als een bruid die zich met haar sieraden tooit. Want zoals de aarde haar vruchten voortbrengt en zoals een tuin het zaad laat rijpen, zo laat de Heer de gerechtigheid ontluiken en zijn glorie voor het oog der volken.

 

Tweede lezing uit de Eerste brief aan de Christenen van Tessalonica 5, 16-24

Broeders en Zusters,
Weest altijd blij. Bidt zonder ophouden. Dankt God voor alles. Dit is het wat God van u verlangt in Christus Jezus. Blust de Geest niet uit: kleineert de profetische gaven niet, keurt alles, behoudt het goede. Houdt u verre van alle soort van kwaad. De God van de vrede, Hij moge u heiligen, geheel en al. Heel uw wezen: geest, ziel en lichaam moge ongerept bewaard zijn bij de komst van onze Heer Jezus Christus. Die u roept is getrouw: Hij zal zijn woord gestand doen.

 

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 1, 6-8+19-28

Er trad een mens op, een gezondene van God; zijn naam was Johannes. Deze kwam tot getuigenis, om te getuigen van het Licht opdat allen door hem tot geloof zouden komen. Niet hij was het Licht, maar hij moest getuigen van het Licht. Dit dan is het getuigenis van Johannes, toen de Joden uit Jeruzalem priesters en levieten naar hem toezonden om hem te vragen: "Wie zijt gij" Daarop verklaarde hij zonder enig voorbehoud en met grote stelligheid: "Ik ben de Messias niet." Zij vroegen hem: "Wat dan? Zijt gij Elia?" Hij zei: "Dat ben ik niet." "Zij gij de profeet?" Hij antwoordde: "Neen." Toen zeiden ze hem: "Wie zijt gij dan? Wij moeten toch een antwoord geven aan degenen die ons gestuurd hebben. Wat zegt gij over uzelf?" Hij sprak: "Ik ben, zoals de profeet Jesaja het uitdrukt, de stem van iemand die roept in de woestijn: maak de weg recht voor de Heer!" De afgezanten waren uit de kring van de Farizeeën. Zij vroegen hem: "Wat doopt gij dan als gij de Messias niet zijt, noch Elia, noch de profeet?" Johannes antwoordde hun: "Ik doop met water maar onder u staat Hij die gij niet kent, Hij die na mij komt, ik ben niet waardig  de riem van zijn sandalen los te maken." Dit gebeurde te Betanië, aan de overkant van de Jordaan waar Johannes aan het dopen was. 

 

Overweging

Hij kwam als getuige: hij moest getuigen van het licht (Johannes 1,7)

Allemaal hebben we op de tv wel eens een film gekeken waarin het ging over een rechtszaak. Een getuige wordt naar voren geroepen en die verklaart dat hij of zij “de waarheid, en niets dan de waarheid” zal spreken. Vandaag is het aan ons om te ontdekken wat ervoor nodig is om een betrouwbare getuige te zijn.

Voor de mensen die naar Johannes de Doper toe kwamen om zich door hem te laten dopen in de Jordaan was het geen vraag of Johannes de waarheid sprak. Hier stond een betrouwbare getuige, iemand die door velen als een profeet beschouwd werd – en misschien wel de Messias kon zijn! Maar in de evangelielezing van vandaag legt Johannes een andere verklaring af. Eerst getuigt hij van zichzelf dat hij niet de Messias is. En hij is ook niet Elia of “de Profeet” die Mozes had beloofd (Johannes 1,21). En verder getuigt hij van Jezus, “wiens schoenriem ik niet waard ben los te maken” (Johannes 1,27).

Johannes was weliswaar de eerste getuige van Jezus, maar vele anderen zijn hem gevolgd – en ook wij kunnen daar bij horen! Onze getuigenis is belangrijk. Het kan iemand er zelfs toe brengen Jezus te gaan volgen. We moeten altijd klaarstaan om onze getuigenis af te leggen zodra de gelegenheid zich voordoet. En het vergt geen grote inspanning om je daarop voor te bereiden! 

Geef jezelf drie minuten de tijd, stel zo nodig een timer of een kookwekker in. Schrijf dan op hoe je Jezus in je eigen leven aan het werk hebt gezien, een of meerdere keren. Wees duidelijk en concreet: ik was toen in die situatie en dit ontbrak er aan mijn leven. Nu bevind ik me hier en zo ziet mijn leven er nu uit – en dat komt allemaal door Gods genade. Beperk het verhaal niet tot je eerste bekeringservaring. Vertel over enkele willekeurige momenten waarop je ervoer dat God tot je sprak en je leiding gaf. 

Dergelijke verhalen laten zien dat het mogelijk is een levende en liefdevolle band met God te hebben. Wanneer je dit in de loop der tijd met anderen deelt dan kunnen de harten van die mensen veranderen. Net als Johannes de Doper kunnen ook wij “de weg recht maken” voor de Heer die zo in het leven van mensen kan binnenkomen (Johannes 1,23)!

Gebed

Jezus, ik wil een betrouwbare getuige zijn voor U! Geef me de juiste woorden in. Help me zo te leven dat mijn leven getuigt van uw licht binnen in mij. Amen.

 

Bron: het Woord onder ons,
uitgegeven door Stichting KCV, Helmond