23 december 2012
4e zondag van de Advent

o-antifonen

 

Eerste lezing uit de profeet Micha 5, 1-4a

Dit zegt de Heer: 'Gij, Betlehem Efrata, het kleinste onder Juda's geslachten, uit u zal geboren worden Hij die over Israël moet heersen. In het verre verleden ligt zijn oorsprong, in lang vervlogen dagen.' Daarom zal de Heer hen niet langer overlaten aan hun lot dan tot de tijd dat de moeder haar kind gebaard heeft. Dan komt de rest van zijn broeders weer samen met de zonen van Israël. Dan neemt Hij de macht in handen en zal hen hoeden door de kracht van de Heer, door de verheven Naam van de Heer zijn God. In veiligheid zullen zij wonen, omdat zijn macht zal reiken tot aan,de uiteinden der aarde. Hij zal een man van vrede zijn.

 

Tweede lezing uit de brief aan de Hebreeën 10, 5-10

Broeders en zusters,
Als Christus in de wereld komt, zegt Hij tot de Vader: 'Slachtoffers en gaven hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt Mij een lichaam bereid. Brandoffers en zoenoffers konden U niet behagen. Toen zei Ik: hier ben Ik. Zoals er in de boekrol over Mij geschreven staat: Ik ben gekomen, God, om uw wil te doen.'
Eerst zegt Hij dus: Slachtoffers en gaven, brandoffers en zoenoffers hebt Gij niet gewild, die konden U niet behagen, hoewel de wet voorschrijft dat ze gebracht moeten worden.
En dan zegt Hij: Hier ben Ik,Ik ben gekomen om uw wil te doen. Hij schaft dus het eerste af om het tweede te laten gelden. Door die wil zijn wij geheiligd, eens en voor altijd, door het offer van het lichaam van Jezus Christus.

 

Uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 1, 39-45

In die dagen reisde Maria met spoed naar het bergland, naar een stad in Juda. Zij ging het huis van Zacharias binnen en groette Elisabet. Zodra Elisabet de groet van Maria hoorde, sprong het kind op in haar schoot. Elisabet werd vervuld met de heilige Geest en riep met luide stem: ‘Gij zijt gezegend onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot. Waaraan heb ik het te danken dat de moeder van mijn Heer naar mij toe komt? Zie, zodra ik uw groet hoorde sprong het kind van vreugde op in mijn schoot. Zalig zij die geloofd heeft dat tot vervulling zal komen wat haar vanwege de Heer gezegd is.’

 

Overweging

Zalig zij die geloofd heeft...(Lucas 1,45)

Als er iets opwindends gebeurt dan kun je dat gewoonweg niet voor jezelf houden, je moet het nieuws met iemand anders delen. Dat overkwam Maria en Elisabet. Ze hadden allebei iets wonderbaarlijks beleefd en ze moesten er zo gauw mogelijk met elkaar over praten.

Bij het zien van Maria werd Elisabet “vervuld met de Heilige Geest” en jubelde ze het uit met zegenende woorden (Lucas 1,41). Op haar beurt offerde Maria de Heer een gebed van lof en dank voor alles wat Hij in haar deed (Lucas 1,46-56). Dat is het wat er gebeurt als twee mensen elkaar ontmoeten die door Gods genade zijn aangeraakt. Waar ze verder ook over praten, het gesprek komt meestal uit bij de Heer en bij zijn werk in hun leven. 

Probeer u zich eens een voorstelling te maken van het gesprek tussen deze twee vrouwen. Zie hoe ze in hun opwinding overspringen van het hoogste geestelijke niveau, als: “Waarom zou God mij uitkiezen?” en “Ik vraag me af hoe dit nieuwe koninkrijk eruit gaat zien” naar uiterst praktische zaken als: “Ik zal nieuwe kleren nodig hebben!” en “Ken jij een goede vroedvrouw?” En vrijwel ongemerkt schakelen ze weer terug naar het geestelijke. Alles verloopt heel natuurlijk, niets is opwindender dan te mogen zien hoe de genade werkt!

Bij Maria en Elisabet mag het er dan heel natuurlijk uitgezien hebben, als het om ons eigen leven gaat zullen we soms zelf moeten besluiten het gesprek op de Heer te brengen. Maar als we dat doen dan zullen we merken dat de Geest onze ogen opent en ons nog meer vervult met zijn genade. We zullen merken dat we enthousiaster en energieker zijn over ons gebed, ons vrijwilligerswerk en over onze liefde voor de Heer.

In de kerk gaat het om evangelisatie en heiligheid. Het gaat om gewone mensen die zich laten leiden door de Geest en die in liefde samenwerken om deze doelen te verwezenlijken. Ongetwijfeld werden Maria en Elisabet door hun ontmoeting allebei gesterkt voor het werk dat hun te wachten stond. Hetzelfde kan ons overkomen als wij met elkaar praten over de dingen die God ons laat zien. Dat hoeft niet diepzinnig te zijn. We moeten het gewoon maar proberen en de Heilige Geest zal ons vervullen.

Gebed

Heer, open onze harten voor Uw werk, en open onze lippen,
zodat we zullen spreken over Uw wonderen.”

 

Bron: het Woord onder ons,
uitgegeven door Stichting KCV, Helmond