HET WEES GEGROET 
(naar  Lc. 1,26-55)
 
  
Ik groet u vol genade,
sprak d'engel GabriŽl,
de bron van uw genade
is God, Emmanuel.

 

Want onder alle vrouwen
zijt gij gebenedijd;
gelukkig die aanschouwen
in dank uw heerlijkheid.

En meer nog zij gezegend
de vrucht van uwe schoot;
door Hem zijn wij genezen
van een volkomen dood.

 

Gods Moeder, wil ons horen:
bid dat wij zondaars groot
voor God niet gaan verloren
in 't uur van onze dood.